Reis Nepal 2016

Persoonlijk verslag van de reis die Marianne in 2016 gemaakt heeft:

De rit vanuit Kathmandu naar de schooltjes in Chuka in het district Kavrepalanchok was geen makkelijke. Ik had het kunnen weten, als een Nepalees zegt dat het een “bad road” is, dan is er meestal helemaal geen weg. Een deel van de spullen die we in Kathmandu gekocht hadden voor de schooltjes ging op het dak van de lokale bus mee, een ander deel ging met ons mee, met de taxi waar Purna, één van onze contactpersonen, mee reed. Omdat Purna geboren en getogen is in Chuka en al dertig jaar taxichauffeur is, ging ik er vanuit dat hij deze weg al menig keer had afgelegd als chauffeur, dat was echter ten onrechte. Pas op de zeer spannende terugweg kwam ik er achter dat hij deze rit voor het eerst zelf reed. Het eerste stuk ging prima, tot we het gebied in reden waar geen “echte wegen” zijn en wij meerdere keren moesten uitstappen, zodat Purna de auto door stukken mul zand kon proberen te rijden met aan de ene kant van de weg berg en aan de andere kant steile afgrond.

Met wij bedoel ik Indu, haar twee kleine peuters, haar moeder en ik zelf. De rit, aangekondigd als kort, duurt behoorlijk lang en op een gegeven moment kunnen we niet meer verder met de auto en moeten wij gaan lopen over glibberige, heel onveilige paadjes. Wel krijgen wij onderweg flink wat mandarijnen mee die ter plekke worden geplukt door behulpzame Nepalezen uit de omgeving, waardoor we nog meer bagage hebben om over de gevaarlijke paadjes te tillen. Lief bedoeld, maar niet handig en het is ook niet beleefd om te weigeren. Er komt wel vrij snel een auto ons tegemoet om te helpen, wat ook echt nodig is aangezien het zonder bagage en met twee kleine peuters al een hachelijke onderneming is en het feit dat het al donker wordt het ook niet echt makkelijker maakt. Maar opeens zijn wij bij het huis van Purna’s broer waar ik tijdens mijn vorige bezoek ook had geslapen. De hele familie loopt uit om mij te onthalen en daarna wordt er druk gekookt.

Overnachten op een plek als deze is voor mij als westerling behoorlijk afzien. De wc is een hokje in de tuin met een vies hurktoilet en geen licht. Om er te komen moet je een “trapje” af, wat wil zeggen een paar uitstekende stukjes glibberige rots, één misstap en je valt de afgrond in. Er is geen stromend water en geen plek om je te wassen. Ik hou erg van primitief in de zin van kamperen in een klein tentje met één wc en een kraantje, maar dit gaat zelfs mij te ver. Ook het slapen is behoorlijk afzien en omdat ik dit van de vorige keer nog wist is er speciaal voor mij een matje en slaapzak meegesjouwd. Het huis is best ruim, maar zonder meubels en enige vorm van comfort. Wel staat er een flatscreen op de kamer waar de vrouwen moeten slapen en de geiten en kippen overnachten. De mensen slapen gewoon op de grond en er wonen nogal wat mensen in één huis, waaronder de lerares (die “wij” betalen) met haar zoontje. Mannen zijn er bijna niet, die werken in het buitenland om hun gezin te kunnen onderhouden en de meeste huishoudens bestaan dan ook uit vrouwen en kinderen.

De volgende dag gaan we de scholen bezoeken, de spullen zijn inmiddels aangekomen met de bus en zijn al naar de scholen gebracht, geen idee door wie, maar geregeld is het!
De eerste school die we bezoeken staat nog overeind na de aardbeving en net als bij mijn vorige bezoek staan de kinderen en de leraren al te wachten op ons, met naar ik later begrijp ook wat hoge ambtenaren uit het district. Ik word bedolven onder de bloemenkransen en mij wordt gevraagd iets te zeggen en tja, wat zeg je dan zo onvoorbereid? Ze kunnen mij niet verstaan, net zoals ik hun toespraak niet kan verstaan. Dus houd ik het bij wat algemeenheden zodat het makkelijker te vertalen is voor Indu. Daarna in de lerarenkamer de spullen overhandigd en op de foto met één van de door ons betaalde leerkrachten. Nadat de klassen zijn bekeken gaan we op naar de volgende school. Deze school heeft meer klassen dan de vorige, deze school gaat door tot klas 10. Na klas 10 gaan de leerlingen naar een school ”verderop”. Twee uur lopen heen en twee uur lopen terug! Hier kunnen ze de 11e en 12e klas doorlopen.

De tweede school die ik bezoek heeft het zwaar te verduren gehad door de aardbeving, maar de wederopbouw vordert al aardig, hoewel nog veel kinderen les krijgen in de open lucht en in geïmproviseerde tenten van stukken plastic. Ook hier word ik onder de bloemen bedolven. Lange toespraken van leraren en hoge ambtenaren van een districtscomité en kennis gemaakt met een jonge zwangere lerares die vanuit onze stichting betaald wordt. De jongere kinderen en de al wat oudere meisjes zijn makkelijk in het contact en willen graag  op de foto en hun gebrekkige Engels met mij delen. De oudere jongens staan op een afstand alles te bekijken.

Na een drinkpauze weer verder klimmen en dalen naar de derde en laatste school. Deze school was tijdens mijn vorige bezoek er het slechtst aan toe en dat is na de aardbeving alleen maar verergerd. Hier zijn de lokalen simpelweg weggevaagd. Overal liggen hopen puin en de kinderen krijgen les onder geïmproviseerde tenten van stukken plastic. Op mijn vraag waarom er juist bij deze school, die er al veel slechter aan toe was, nog geen renovatie is begonnen, kreeg ik te horen dat deze school minder leerlingen heeft en daarom minder geld krijgt van de regering en deze school gaat niet tot klas tien, maar tot klas vier. Verder moeten alle materialen uit de stad komen en het gebied is heel lastig te bereiken, voor mij was de weg om bij deze school te komen al te gevaarlijk. Laat staan met bouwmaterialen op je rug! Er ligt wel al bouwmateriaal klaar naast de puinhopen en mij wordt verzekerd dat als de tweede school weer opgebouwd is, er aan de wederopbouw van deze school begonnen wordt.

Op alle scholen zijn ze blij met de boeken, het lesmateriaal, het buitenspeelgoed, de globes, de schaakspellen en de prullenbakken die wij namens vele gulle gevers kunnen overhandigen.